Terugblik: DigitALLks x Ask Your Audience
Publieksonderzoek: hoe doen andere instellingen het?
In dit blog lichten we de learnings van PodiumINC en Delft Fringe Festival uit.
Behoefteonderzoek interactief kennisplatform
Zou er behoefte zijn onder stakeholders naar een interactief online kennisplatform, met kennis en informatie voor publiek en makers met een beperking in de podiumkunsten? Dat onderzocht PodiumINC, een organisatie die de positie van publiek en artiesten met een beperking wil verbeteren in de podiumkunsten.
Hoe?
Voor het doelgroepenonderzoek werden vier aparte enquêtes uitgezet met open en gesloten vragen, onder: 1) publiek met een beperking, 2) artiesten met een beperking, 3) inclusieve gezelschappen, en 4) theaters en podiumkunstenfestivals.
Vervolgens werden 15 verdiepingsinterviews afgenomen met vertegenwoordigers van artiesten, gezelschappen en theaters. Dit gedeelte is door een externe expert uitgevoerd. Ook is er deskresearch uitgevoerd onder 13 websites van theaters en podiumkunstenfestivals, om meer inzicht te krijgen in de manier waarop over toegankelijkheid wordt gecommuniceerd.
Daarnaast werd er technisch onderzocht welke systemen en samenwerkingspartners het beste zouden zijn. Hiervoor is ook gekeken of er al projecten door DigitALL waren ondersteund die hierbij aansluiten. Uit verkennende gesprekken met Delft Fringe Festival bleek eenzelfde behoefte.
PodiumINC
Resultaten
Uit het behoefteonderzoek kwam naar voren dat er onder de verschillende stakeholders vraag is naar een kennisplatform om de positieve van het publiek en artiesten met een beperking te verbeteren in de podiumkunsten. Er zijn drie samenwerkingspartners gevonden waarmee wordt samengewerkt in de realisatie van het platform: Komt het zien!, ontwerpbureau Q42 en Delft Fringe Festival.
Dat brengt ons bij de volgende best practice.
Publieksonderzoek ‘De Stem van het Publiek’
Hoe kan festivalpubliek op een creatieve en interactieve manier mee selecteren welke makers een podium krijgen? En hoe kan het publiek meer betrokken worden bij het maken van ‘hun’ gekozen voorstellingen? Dat onderzocht Delft Fringe Festival, het jaarlijkse festival voor nieuwe theatermakers in Delft.
Hoe?
Er werd een enquête gehouden onder het festivalpubliek. Vervolgens werd er met drie focusgroepen gewerkt. In de eerste focusgroep werd het publiek gevraagd om digitaal thema’s in te sturen voor het programma, waarbij wordt getest welke vraagstelling en welk medium het beste werkte. Ook werden diverse pitch-formats van makers getest (tekst, video, live online).
In de tweede focusgroep werd met een digitale brainstorm de makers gevraagd naar hun mening over de thema’s, pitches en het delen van het maakproces. De derde focusgroep bracht het publiek en de makers samen live samen. Dat bracht mooie uitkomsten op.
Delft Fringe Festival
Resultaten
Het publiek had er niet altijd behoefte aan om via een stemproces het programma samen te stellen: ze gaven aan om soms ook verrast te willen worden door de programmeurs. Minstens 50% was enthousiast over het idee. En de makers makers voelden zich kwetsbaar bij het idee van een online pitch.
Zowel publiek als de makers waren wél enthousiast over het digitaal insturen van thema’s, op basis waarvan de makers een voorstelling maakten. Ook vonden beide groepen het delen van het maakproces op een live manier interessant. Met deze inzichten kan Delft Fringe Festival nu verder ontwikkelen.
Lessons learned
1. Wees flexibel. Zorg in je opzet voor ruimte om mee te bewegen met het proces en de input.
2. Gebruik complementaire onderzoeksmethoden, zoals een enquête, focusgroep-interviews en brainstorm.
3. Voor Delft Fringe Festival werkte het beter om de samenstelling van de focusgroepen gelijk te houden, omdat er anders een verschil in voorkennis is.
4. Wees concreet! Met voorbeelden, maar ook met de vragen die je wilt dat je focusgroep beantwoordt. Bij Delft Fringe Festival bleek een online brainstorm met hulp van een Miro-bord beter te werken voor de concentratie van de participanten, dan een live focusgroep met makers en publiek door elkaar.